Mythes rond overgewicht uitgelegdOver overgewicht doen veel weetjes maar ook veel mythes de ronde. Dit zijn de vijf meest voorkomende: MYTHE 1: Je moet vermageren als je BMI te hoog is Maar deze maat is niet perfect. Een BMI houdt geen rekening met je fitheid, je botstructuur of waar je extra gewicht vandaan komt: spieren of McDonalds. Spieren wegen immers zwaarder dan vet en wie erg gespierd is kan volgens zijn BMI (te) veel wegen, en toch amper vet bezitten. Nuance door een doktersbezoek is dus nodig. MYTHE 2: Extra kilo's zijn altijd slecht nieuws MYTHE 3: Vermageren is altijd goed Ook eetstoornissen als anorexia en boulemie kunnen leiden tot hartritmestoornissen en elektrolytische onevenwichten. Ook je tanden kunnen zwaar aangetast raken van het maagzuur in braaksel. "Beter vijf kilo overgewicht dan continu afvallen en weer bijkomen", klinkt het. MYTHE 4: Slank is gezond Een op vijf mensen die aan type 2-diabetes lijkt is slank. Zij krijgen de ziekte door hun genen, niet door te veel te eten en te weinig te bewegen. Wie slank is en rookt, heeft meer kans op long- en hart ziekten. Bovendien heeft een kwart van de slanke mensen minstens twee metabolische factoren met te hoge waarden, zoals bloeddruk, bloedsuikerspiegel of triglyceriden. MYTHE 5: Alle vet is slecht Ook wie vet opslaat in de lever is ongezonder dan wie dat niet doet. Het enige probleem hier mee is dat dit moeilijk te ontdekken valt. Over het algemeen kan je stellen dat vet slecht is voor iedereen, alleen is het voor sommigen slechter dan voor anderen. MYTHE 6: Vet en fit, dat bestaat niet Ook fitheid is niet duidelijk omschreven. Veel is afhankelijk van hoe snel je hartslag terug normaal wordt. Hoe sneller het herstelt van de inspanning hoe beter. Dus zelfs als je niet meer afvalt, kan je maar beter blijven sporten: je doet er je hart en je longen een plezier mee. Reageren? Klik HIERBron: HLN.be 30/07/09 15u40 |